‘The Big Five’ van Staphorst.

Afgelopen raadsvergadering hebben we gesproken over de paardenschuur van de familie Raben aan de Heerenweg te IJhorst. Hieronder de bijdrage die ik namens de ChristenUnie fractie uitgesproken heb.

“Voorzitter, de ChristenUnie is blij en dankbaar dat er zoveel goed gaat in onze gemeente. Bijna dagelijks worden er probleemloos vergunningen en ontheffingen afgegeven in dit huis, aan tevreden burgers. Daar horen we niets van en dat moeten we ook vooral zo laten. We zouden trouwens en u heeft dit zelf ook al meermalen aangegeven en ons verzocht dit ook eens af en toe te benoemen, misschien wel eens een beetje meer trots, als kleinste gemeente van Overijssel, mogen uitstralen, maar goed dat zit kennelijk niet zo in de genen van een Staphorster en dat moeten we dan ook zo maar houden.

Het beeld wat echter wel vaak naar buiten komt is dat er veel mis is binnen de gemeente Staphorst en met name dan binnen de gemeentelijke organisatie. Dit beeld wordt voornamelijk veroorzaakt door ‘The big five’ van Staphorst.

Tegenwoordig is het heel in om een ‘bucketlist’ te hebben. Dat is een lijstje van zaken en activiteiten die je nog zeker wilt zien of wilt beleven tijdens je leven. Daar staat ook regelmatig The big five op, de 5 grote (olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en de buffel) dieren uit Afrika, die je toch zeker in het wild gezien moet hebben.

Nu voorzitter, The big five van Staphorst, staan zeker niet op mijn ‘bucketlist’, maar zij beheersen wel voor een groot deel de eerste 2 jaren van deze bestuursperiode en zeker de laatste maanden word ik bijna dagelijks als raadslid geconfronteerd met deze big five. En u begrijpt natuurlijk gelijk welke zaken ik bedoel met ‘The big five van Staphorst’. Dat betreft het dossier fam. Jansen, Gemeenteweg 236, het dossier fam. Geers/Faber, van de Lankhorsterweg, dossier Talen Recycling , dossier AMBC en als laatste dossier fam. Raben, aan de Heerenweg. Het dossier waar we het nu vanavond over moeten hebben. Waarschijnlijk niet het meest bekende dossier van de big five, maar wel een dossier dat al jaren lang hier binnenshuis speelt. Het is mede aan de betrokkenen zelf te danken dat dit dossier nog niet in het nieuws is gekomen.

Voorzitter het betreffen eigenlijk allemaal zaken/dossiers waar de raad normaal gesproken geen rol in heeft en die het college zelfstandig zou kunnen afhandelen. Maar hoe komt het dan toch dat wij als raad zoveel tijd en energie moeten steken in deze big five?

Voorzitter de rol van de raad is o.a. een controlerende rol. Achteraf moeten wij als raad vaststellen of het college het vastgestelde beleid, gestoeld op wetten en verordeningen, goed heeft toegepast. En zoals ik in het begin al aangaf, in 95% gaat dat probleemloos en komen wij als raad in het geheel niet in beeld.

Wij als ChristenUnie fractie zijn er van overtuigd en hebben er vertrouwen in dat de afgelopen jaren binnen de gemeentelijke organisatie goede stappen zijn gezet. Natuurlijk is het nooit te voorkomen dat er eens een lastig/taai dossier tussen zit, is ook niets mis mee, dat houdt de ambtelijke organisatie scherp, maar ons gevoel zegt ons, dat de kans hierop tot een minimum wordt teruggebracht.

Alleen al deze goede intenties worden ondergesneeuwd door een aantal zeer lastige, hardnekkige, weerbarstige dossiers uit het verleden. Daar moeten nu eens stappen in gezet worden en geprobeerd moet worden , deze dossiers zo snel als mogelijk richting het archief te zenden, zodat wij ons weer volledig kunnen richten op de toekomst. Misschien moeten we als gemeente eens toegeven dat er in het verleden wat ongelukkig gecommuniceerd is met burgers, waardoor bepaalde verwachtingen zijn geschapen, al dan niet met opzet, die later niet waar gemaakt konden worden.

Maar nogmaals, dit zijn in principe allemaal bevoegdheden van ons college, waar wij als raad hoogstens achteraf een controlerende rol in hebben.
Maar, op het moment dat zaken al jaren voortslepen en er regelmatig in de pers aandacht aan wordt besteed, de rechtszaken je om de oren vliegen, de juridische kosten de pan uitrijzen, dat men bij de Raad van Staten in Den Haag ons postbusnummer inmiddels uit het hoofd kent, er geen brief de deur meer uitgaat zonder dat daar de huisadvocaat naar gekeken heeft, dat de ambtelijke organisatie voor een groot deel beheerst wordt door deze zaken en misschien wel het belangrijkste, dat onschuldige burgers belemmerd worden door deze zaken, doordat zij bijvoorbeeld niet verder kunnen met bouwplannen, dan komt ook je rol als volksvertegenwoordiger in beeld. Dan kun je als raadslid niet meer alleen volstaan met de formele kant en met droge ogen zeggen tegen al die burgers die je benaderen, “sorry, het is een zaak van het college, daar moet je zijn”, en als raad vervolgens de andere kant opkijken.

Voorzitter, op dit punt zijn we nu aangekomen en hebben we als gezamenlijke fracties opnieuw één van ‘The big five’ onderwerpen van Staphorst vanavond op de raadsagenda gezet.

Een van de overeenkomsten van deze dossiers en dus ook van die van de Familie Raben is, dat in een heel vroeg stadium, in de oriënterende fase, veelal in een gemoedelijke sfeer, volstrekt goed bedoelde beloftes en toezeggingen gedaan worden, die later dan niet (helemaal) kunnen worden waargemaakt.

Het verhaal is bekend en zal ik dus niet herhalen. De familie Raben wilde in 2013 een paardenschuur bouwen bij hun woning aan de Heerenweg. Aangegeven werd door de gemeente dat dit vergunningsvrij zou kunnen tot 30 m2. Echter dit is te klein voor een paardenschuur dus bood de familie aan om een oude schuur aan de Oude Rijksweg van 90 m2 te slopen. Dit gaf mogelijkheden, aldus de ambtenaar en het big five dossier is geboren.

Dan komt er een hele correspondentie op gang met als opvallend detail, dat het zeer regelmatig lang duurt voordat men antwoord ontvangt van de gemeente. Ook uit het uitgebreide feitenrelaas komt naar voren dat er regelmatig langs elkaar heen wordt gepraat door verschillende ambtenaren. Inmiddels hebben een aantal van de betrokken ambtenaren de gemeente verlaten, dus hoe het allemaal precies verlopen is zal wel nooit helemaal duidelijk worden, maar het beter communiceren was al een aanbeveling uit het feitenonderzoek van de gemeentesecretaris, dus dat is geborgd voor de toekomst.

Maar goed om een lang verhaal kort te maken, begin november 2013 ontvangt de heer Raben een sms-je van de wethouder: “Je krijgt bouwvolume toegewezen op de Heerenweg” en op 7 november ontvang hij nog een sms-je van de wethouder: “Bert, alles wordt verwoord in een totaal brief, je krijgt alternatief voor bouw Heerenweg. De schuur in Rouveen moet blijven”.

Echter tot zijn verbazing ontvangt de heer Raben een aantal dagen later een brief van de gemeente waarin hij geen extra bouwvolume krijgt toegewezen. Vervolgens gaat hij naar de wethouder en vraagt om uitleg.
Deze spreek dan een aantal keren de gevleugelde woorden; “Je moet eerst iets neerzetten, voordat ik kan legaliseren!”

De bezwarencommissie schrijft hierover in haar rapport, ik citeer; ”De heer Raben doet een beroep op het vertrouwensbeginsel. Hij verwijst in dit verband o.a. naar een email van de wethouder, waaruit zou blijken dat deze toegezegd heeft dat legalisatie plaats zou vinden. De commissie leest in deze e-mail geen toezegging, maar de strekking van het bericht is ook niet erg duidelijk. De commissie kan alleen maar raden naar de achterliggende gedachte. Van een schending van het vertrouwensbeginsel in de strikte zin is dan ook geen sprake.” Maar vervolgt de bezwarencommissie en ik citeer weer: “Ambtelijk is de heer Raben echter wel het vertrouwen gegeven dat hij de schuur kon bouwen als hij de veldschuur op perceel Oude Rijksweg nabij no.480 zou slopen.”

De conclusie is dan ook van de bezwarencommissie:
“Onder verwijzing van bovengenoemde adviseert de commissie het college het bezwaar van de heer Raben gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen en niet tot vordering van de verbeurde dwangsommen over te gaan”
Uiteraard spreekt de bezwarencommissie zich uitsluitend uit, over de last onder dwangsom, daar ging immers ook het bezwaarschrift over. Maar op het moment dat je als bezwarencommissie aangeeft dat een dwangsom voor een illegaal bouwwerk niet terecht is, spreek je indirect uit: ‘gemeente dit gaat zo niet, zo ga je niet met je burgers om, probeer een oplossing te zoeken’. Het hele advies van de bezwarencommissie ademt deze sfeer uit.
Het college bestudeert het advies van de bezwarencommissie en legt dit advies vervolgens naast zich neer.

Voorzitter, ik zou moeiteloos nog een half uur kunnen volmaken over wat er allemaal niet over en weer besproken is tussen de familie Raben en de gemeente de afgelopen jaren, maar ik zal mij beperken tot 2 opmerkelijke details, namelijk
dat kennelijk niemand gezien heeft, dat de bestemming van het betreffende perceel waar nu de paardenschuur staat, is veranderd bij het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied. Deze is van agrarisch (buitengebied) naar woonbestemming veranderd. En vergeet niet, we spreken wel over het Reestdal. Daar waar je nog geen paardebloem mag plukken.
Of waarom er geen bouwstop is opgelegd in een vroeg stadium, toen alleen nog maar de fundering aanwezig was en toen geconstateerd werd dat er illegaal gebouwd werd. Later kunnen we lezen, toen de gemeente daadwerkelijk tot een bouwstop wilde overgaan, dat men tot het besluit kwam, dat dit niet meer zo zinvol was omdat de bouw nagenoeg gereed was. Weer een gemiste kans.

Maar wij als raad moeten ons bij onze rol houden en daarom wil ik de wethouder namens de ChristenUnie fractie in onze eerste termijn een aantal vragen stellen, n.a.v. de gemaakte beleidskeuzes in deze zaak:

• Waarom heeft het college besloten om geen gebruik te maken van de toen geldende regel- en wetgeving ten tijde van de bouw, waardoor er een mogelijkheid bestond dat er vergunningsvrij gebouwd zou kunnen worden?
U verwijst in het feitenrelaas naar een uitspraak van de rechter op 15 december 2014, dat dit niet meer mogelijk zou zijn, maar zoals wij het lezen slaat dit artikel niet op de mogelijkheid om niet meer terug te kunnen vallen op het oude, toen geldende, recht.
• Kunt u eens aangeven waaruit uw pogingen bestonden om te kijken of de paardenschuur via het KGO beleid ( Kwaliteits Impuls Groen Omgeving) toch gerealiseerd kon worden?
• Hoe kijkt het college naar het huidige Coalitieakkoord t.o.v. dit dossier, waarin o.a. wordt aangegeven dat de insteek moet zijn richting o.a. bij bouwaanvragen: ‘Ja, mist en niet nee, want’, en waar ook gesproken wordt over bouwen voor dierenwelzijn?
• Wat zijn de argumenten, waarom het college het advies van de bezwarencommissie naast zich neer heeft gelegd?
• Wat is de reactie van het College op de suggestie dat er ook een mogelijkheid zou zijn om de schuur te legaliseren via artikel 4 van de BOR? (Besluit Omgevings Recht)

Voorzitter, zoals ik in het begin van mijn betoog al aangaf, de ChristenUnie is van mening dat er goede stappen worden gezet. En laat het ook volstrekt helder zijn, bij duidelijke overtredingen, handhaven en indien nodig, niet schromen om tot afbraak over te gaan.
We hebben als huidige raadsleden echter nog nooit meegemaakt dat een bouwwerk wordt platgewalst door de gemeente. Uiteraard zal eens de eerste keer moeten zijn, maar een bouwwerk als dit, met zo’n voorgeschiedenis, lijkt ons niet het eerste bouwwerk dat door de gemeente met de grond gelijk gemaakt moet worden”.

(We hebben als raad, na afloop van het debat, een motie aangenomen, waarin wij het college verzoeken om extern juridisch advies in te winnen, om duidelijk te krijgen wat nu wel en niet is toegestaan m.b.t. bedoelde paardenschuur.)

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.